Sprinten naar Zelfredzaamheid

Sprints ‘Versterken zelfredzaamheid’
Ouderen willen hun leven zo zelfstandig mogelijk leiden, met behoud van eigen regie en autonomie. Tegelijkertijd groeit de vraag naar zorg, terwijl het aantal zorgprofessionals afneemt. Daarom werken zorgorganisaties in Midden- en West-Brabant samen om de zorg anders in te richten.

Met de sprintmethodiek ontwikkelen we korte, multidisciplinaire klantreizen die de zelfredzaamheid van burgers vergroten en tegelijkertijd tijd vrijmaken voor zorgprofessionals, zodat zij zich kunnen richten op noodzakelijke, complexe zorg.

De sprints richten zich op dagelijkse handelingen die nu vaak door professionals worden uitgevoerd. Met begeleiding kunnen cliënten deze taken vaak zelf uitvoeren, waardoor zij meer eigen regie ervaren en professionals hun aandacht kunnen richten op cliënten die dat niet zelf kunnen. Deze aanpak helpt ons om de zorg toegankelijk en toekomstbestendig te houden voor iedereen die het nodig heeft.

Inmiddels zijn er diverse sprints ontwikkeld, die hieronder op hoofdlijnen worden toegelicht. Per sprint is een link opgenomen, waar vanuit ook de toolbox met de klantreis en ondersteunende materialen te raadplegen zijn.

Oogdruppelen

Oogdruppelen is een activiteit die cliënten vaak zelf kunnen doen met een druppelbril. Voorheen werd deze handeling standaard door zorgprofessionals uitgevoerd. In de nieuwe aanpak leren cliënten zelfstandig druppelen met duidelijke instructies en het gebruik van deze bril. De procedure is gestandaardiseerd, zodat iedereen dezelfde instructies ontvangt en zorgprofessionals weten wanneer en hoe ze ondersteuning moeten bieden. De boodschap is eenduidig: “Oogdruppelen kunt u zelf.”

Steunkousen

Bij de sprint Steunkousen leren cliënten zelfstandig hun steunkousen aan- en uit te trekken, ondersteund door instructies en hulpmiddelen. Lukt het zelfstandig niet, dan begeleidt een oefenmaatje tijdelijk. Voor cliënten waarbij dit onvoldoende werkt, wordt een ergotherapeut ingeschakeld om een passend hulpmiddel te kiezen. De wijkverpleging voert de handeling in principe niet meer uit. Deze nieuwe aanpak maakt de werkwijze uniform en duidelijk voor zowel cliënten als medewerkers.

Zwachtelen

Voor Zwachtelen zijn twee klantreizen ontwikkeld: één voor cliënten met wonden en één voor cliënten zonder wonden. In de nieuwe aanpak is het belangrijk dat artsen doorverwijzen voor zwachtelen met voldoende informatie, maar geen keuze maken voor het zwachtelproduct. De wijkverpleging bepaalt het product via een beslisboom en vraagt het aan. Regionaal is gekozen voor twee voorkeursproducten voor zwachtelen zonder wonden en twee voor zwachtelen met wonden, om kwaliteit en efficiëntie te verbeteren. Daarnaast wordt de doorstroom in de keten bevorderd, bijvoorbeeld door uniforme metingen en het sneller inschakelen van ergo- of compressietherapeuten.

Wassen

De nieuwe aanpak Wassen introduceert een regionale standaard, met afspraken over frequentie en een duidelijke afbakening van wat wel en niet tot wassen behoort. Voor de eerste vier weken stelt de wijkverpleging een plan op met tips en hulpmiddelen om zelfstandigheid te bevorderen. Lukt dit na 4 weken niet, dan wordt een ergotherapeut ingeschakeld. Verwijzers leveren voldoende informatie over de cliënt om het wassen te kunnen starten, met een eenduidige boodschap “De wijkverpleging helpt u uzelf weer te wassen.” Daarnaast wordt Verzorgend Wassen (wassen zonder water) ingezet.

Uitvoeringsverzoek

De sprint Uitvoeringsverzoek brengt uniformiteit in aanvragen voor voorbehouden handelingen. Het verzoek kan mondeling, digitaal of schriftelijk worden gedaan. Bij mondelinge aanvragen noteert de VVT dit in het dossier en bevestigt dit aan de opdrachtgever. Bij twijfel of complexe verzoeken wordt een schriftelijke bevestiging gevraagd. De aanvraag bevat standaardinformatie: patiëntgegevens, indicatie, handeling en tijdstippen. Medische specialisten zijn aanspreekpunt bij hun verzoeken, niet de huisarts. Deze aanpak stroomlijnt het proces, zorgt voor duidelijke afspraken en maakt de zorg efficiënter.